De meubelbranche is een goed voorbeeld van een branche waarin veel producten voor auteursrechtbescherming of modelbescherming in aanmerking komen. In ieder geval wordt over deze producten genoeg discussie gevoerd of deze inderdaad zo oorspronkelijk zijn zoals de ontwerper hoopt en daarnaast of een ander meubelstuk er teveel op lijkt, waardoor er sprake is van inbreuk.

In dit artikel zullen wij de diverse producten waarover de afgelopen tijd deze discussie is gevoerd wat nader bestuderen. Daarbij zullen wij bespreken welke voorwaarden er gelden voor de bescherming van een product en wanneer er sprake is van inbreuk.

Auteursrecht

In artikel 1 van de Auteurswet 1912 (“Aw”) wordt het auteursrecht als volgt omschreven:

“Het auteursrecht is het uitsluitend recht van den maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst, of van diens rechtverkrijgenden, om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen, behoudens de beperkingen, bij de wet gesteld”.

Vereist voor het ontstaan van het auteursrecht is dat het werk een eigen oorspronkelijk karakter bezit en het persoonlijk stempel van de maker draagt[1]. De eis dat het product het persoonlijk stempel van de maker moet dragen, betekent dat sprake moet zijn van een vorm die het resultaat is van scheppende menselijke arbeid en dus van creatieve keuzes, en die aldus voortbrengsel is van de menselijke geest. Functionele elementen vallen daarbuiten.

Een auteursrechthebbende beschikt over het uitsluitend recht om een werk openbaar te maken en te verveelvoudigen. Bij de beantwoording van de vraag of er al dan niet sprake is van niet toegestane verveelvoudiging zal worden gekeken of auteursrechtelijk beschermde elementen zijn overgenomen, waarbij moet worden gelet op de totaalindruk van het auteursrechtelijk beschermde werk en het mogelijk inbreukmakend product[2].

Modelrecht

Een product kan als Gemeenschaps- of als Beneluxmodel worden beschermd voor zover het nieuw is en een eigen karakter heeft[3]. Een model wordt als nieuw beschouwd, indien geen identiek model voor het publiek beschikbaar is gesteld voor de datum van indiening van de aanvraag. Een model wordt geacht een eigen karakter te hebben, indien de algemene indruk die het bij de geïnformeerde gebruiker wekt, verschilt van de algemene indruk die bij die gebruiker wordt gewekt door modellen die voor de datum van aanvraag aan het publiek beschikbaar zijn gesteld. Registratie van een model is in beginsel vereist. Producten waarvan de uiterlijke kenmerken uitsluitend worden bepaald door de technische functie zijn van modelbescherming uitgesloten.

De houder van een model kan optreden tegen iedere partij die een product gebruikt met hetzelfde uiterlijk of met een uiterlijk dat bij de geïnformeerde gebruiker geen andere algemene indruk achterlaat. Daarbij dient – net als in het auteursrecht – uit te worden gegaan van de totaalindrukken van beide producten[4].

Inbreukmakend product?

In het geval een product op de markt komt dat qua uiterlijk lijkt op een al bestaand product, zal – om te beoordelen of er sprake is van inbreuk – allereerst vastgesteld moeten worden of het bestaande product auteursrechtelijke of modelrechtelijke bescherming geniet en waar de bescherming uit bestaat. Immers alleen in het geval beschermde elementen zijn overgenomen, zal er van inbreuk sprake zijn.

Onlangs heeft de rechtbank ’s-Gravenhage zich uitgelaten over de bescherming van het ontwerp van een kindermeubel[5]. Het betrof een meubel bestaand uit een tafel met twee bankjes, waarvan de bovenbladen middels scharnieren kunnen worden opengeklapt, zodat er een opbergruimte vrij komt te liggen. De ontwerper kwam bij Wehkamp een kindertafel tegen die uiterlijk overeenstemming vertoonde met zijn ontwerp.

De rechtbank oordeelt dat hoewel bepaalde kenmerken van het ontwerp terugkomen in de tafel van Wehkamp, er geen sprake is van inbreuk op het modelrecht van de ontwerper. Voor zover kenmerken van het Gemeenschapsmodel terugkomen, gaat het voornamelijk om kenmerken die uitsluitend door een technische functie zijn bepaald. Voor dergelijke kenmerken geldt het recht op een Gemeenschapsmodel niet, omdat technische innovatie niet mag worden gehinderd door modelbescherming. Functionele eigenschappen kunnen niet via het modelrecht worden gemonopoliseerd. Andere – wel creatieve – kenmerken waren juist niet overgenomen, waardoor de rechter oordeelde dat er geen sprake was van inbreuk op de modelrechten of auteursrechten van de ontwerper.

Tuinmeubel

Bij veel meubelstukken is het lastig aan te geven waar de grens ligt tussen functioneel en creatief. Immers zullen er aan veel meubelstukken functionele elementen ten grondslag liggen. Als juist deze elementen door een derde worden overgenomen, zal het in het algemeen lastig worden om daartegen op te treden. Dienen deze elementen ook een esthetisch doel, dan bestaat die mogelijkheid weer wel. Een voorbeeld van dit laatste is een tuinmeubel welke door de rechtbank ‘s-Gravenhage inbreukmakend werd geoordeeld[6].

In deze procedure betrof het een inklapbare tuinstoel gemaakt in een combinatie van hout en aluminium. De rechtbank overwoog dat de tuinstoel weliswaar was opgebouwd uit bekende stijlelementen, maar het samenbrengen van deze verschillende stijlelementen in één stoel en de specifieke vormgeving van ieder van deze elementen zorgen er toch voor dat de stoel over een nieuw en eigen karakter beschikt en er daarmee een succesvol beroep op een modelrecht gedaan kan worden. De gedaagde partij beroept zich in deze procedure ook op de technisch bepaalde elementen voor wat betreft met name de welving van de stoel, maar daar gaat de rechtbank niet in mee. De rechtbank overweegt dat gelet op de verschillend vormgegeven zittingen en rugleuningen uit het vormgevingserfgoed niet valt in te zien dat de welving van de stoel ingegeven zou zijn door de anatomie van de mens. Bovendien overweegt de rechtbank dat zelfs als deze elementen functioneel zouden zijn, deze niet in hoge mate bijdragen aan de overeenstemmende algemene indruk. In dit geval waren juist de creatief vormgegeven elementen overgenomen, waardoor er sprake is van inbreuk op het model.

Kinderstoel

Veel wordt er ook geprocedeerd over de zogenaamde Tripp Trapp stoel van Stokke. Afgelopen jaar maakte het Hof Amsterdam[7] nog uit dat de in overwegende mate technisch en functioneel bepaalde kenmerken van de  Tripp Trapp stoel, hoe vernieuwend die ten tijde van het ontwerp ook waren, onvoldoende zijn terug te voeren op creatieve keuzes van de maker en dat de auteursrechtelijke bescherming daarop geen betrekking kan hebben. De stoel ontleent zijn bruikbaarheid aan het feit dat de stoel is voorzien van een zit- en een voetenplankje die verstelbaar zijn op de lengte van de gebruiker en de hoogte van de tafel, hetgeen mogelijk is gemaakt door technische elementen.

Indien vervolgens deze functionele, technische elementen niet worden meegewogen, dan blijft over een strakke cursieve L-vorm van het frame van de stoel. Het strakke karakter van de vormgeving is aan te merken als creatieve inbreng van de maker. In deze procedure was een kinderstoel in het geding die wel over dezelfde functionele kenmerken beschikte als de Tripp Trapp stoel, maar voor wat betreft de strakke creatieve vormgeving geen overeenstemming vertoonde. Om die reden wijkt het totaalbeeld van deze stoel zo zeer af van dat van het door auteursrechtelijk beschermde trekken bepaalde totaalbeeld van de Tripp Trapp stoel dat van een relevante overeenstemming geen sprake is. Van auteursrechtinbreuk is volgens het Hof dan ook geen sprake.

De praktijk

In de praktijk leeft vaak de gedachte dat producten kunnen worden nagemaakt, mits er zeven verschillen in een product worden aangebracht. Helaas is dit geen juridische methode om al dan niet inbreuk te kunnen vaststellen. Niet alleen geldt dat een rechter op basis van vaste jurisprudentie de totaalindruk van een model c.q. auteursrechtelijk beschermd werk dient te vergelijken met de totaalindruk van een mogelijk inbreukmakend product[8], waardoor het aantal verschillen feitelijk geen rol speelt, maar daarnaast geldt dat ook nog moet worden gekeken naar het soort elementen dat is overgenomen. Indien er verschillen worden aangebracht, welke uitsluitend op functionele elementen betrekking hebben, maar de creatieve keuzes zijn gelijk, dan is er nog steeds sprake van inbreuk. Indien juist functionele elementen worden overgenomen en een in het oog springend kenmerkend creatief onderdeel is anders, dan ligt het voor de hand dat er geen sprake is van inbreuk.

Al met al is het dus van groot belang om zowel naar de totaalindruk van een product te kijken als naar de functie van de diverse onderdelen. Een en ander heeft immers invloed op de beschermingsomvang van een product en op de vraag of er al dan niet sprake is van inbreuk.

 


[1] HR 4 januari 1991, NJ 1991/608 Van Dale/Romme

[2] HR 29 december 1995, NJ 1996/546 Decaux/Mediamax

[3] Artikel 3.1 en 3.3 Benelux Verdrag intellectuele eigendom (BVIE) c.q. artikel 4 en 5 Gemeenschapsmodellenverordening.

[4] HR 29 december 1995, NJ 1996/546 Decaux/Mediamax

[5] Rechtbank ’s-Gravenhage 18 juli 2012, B9 11480

[6] Rechtbank ’s-Gravenhage 29 februari 2012, IEPT20120229

[7] Hof Amsterdam 15 maart 2011, IEPT20110315

[8] Onder meer: Hof Amsterdam 27 mei 2004, IER 2004/81, Folat/Trinamic en Rechtbank Den Haag 2 mei 2012, IEPT 20120502 Babywelt/Maxi Miliaan.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.